Saturday

UK:*UK and possibly other pronunciationsUK and possibly other pronunciations/ˈsætədeɪ/, /ˈsætədi/

US:USA pronuncation: IPAUSA pronuncation: IPA/ˈsætɚˌdeɪ, -di/

US:USA pronunciation: respellingUSA pronunciation: respelling(satər dā′, -dē)


WordReference English-Dutch Dictionary © 2020:

Voornaamste vertalingen
EngelsNederlands
Saturday nnoun: Refers to person, place, thing, quality, etc. (day of the week)zaterdag nw de
 Saturday is considered the last day of the week in some countries.
  Ontbreekt er iets belangrijks? Meld fouten of geef suggesties voor verbeteringen.
Aanvullende vertalingen
EngelsNederlands
Saturday adjadjective: Describes a noun or pronoun--for example, "a tall girl," "an interesting book," "a big house." (day of the week) (in samenstelling)zaterdag-
 Saturday night is movie night for us.
  Ontbreekt er iets belangrijks? Meld fouten of geef suggesties voor verbeteringen.

WordReference English-Dutch Dictionary © 2020:

Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen
NederlandsEngels
zaterdag nw de (6e dag van de week)Saturday nnoun: Refers to person, place, thing, quality, etc.
  Ontbreekt er iets belangrijks? Meld fouten of geef suggesties voor verbeteringen.
Collocatie: every Saturday in [summer, March], Saturday [evening, morning, afternoon, night], the [last, first] Saturday in [March], meer...

Forumdiscussies met de woorden "Saturday" in de titel:

Professional English<>Dutch translators wanted.
Help build the WordReference.com English-Dutch dictionary.

Bekijk de machinevertaling van Google Translate van 'Saturday'.

In andere talen: Spaans | Frans | Italiaans | Portugees | Roemeens | Duits | Zweeds | Russisch | Pools | Tsjechisch | Grieks | Turks | Chinees | Japans | Koreaans | Arabisch

Advertenties
Advertenties
Meld een ongepaste advertentie.